Buiten schilderen: welke temperatuur, luchtvochtigheid en dauwpunt?
Bijgewerkt 14 oktober 2026
Of je vandaag buiten kunt schilderen, hangt niet af van één getal op de weerapp. Het gaat om de temperatuur van de ondergrond, de afstand tot het dauwpunt, de luchtvochtigheid en of het daarna lang genoeg droog blijft. Hier lees je de vuistregels, en waarom een zonnige ochtend toch een slecht moment kan zijn.
Kort gezegd
- Temperatuur: lucht én ondergrond minimaal 5 °C bij alkyd en 8 °C bij de meeste watergedragen verf.
- Dauwpunt: de ondergrond moet minstens 3 °C warmer zijn dan het dauwpunt.
- Luchtvochtigheid: hooguit 80 tot 85 procent.
- Regen: na het schilderen nog een aantal uren droog, afhankelijk van de verf van 4 tot 12 uur.
- Zon en warmte: niet in de volle zon op een donkere, warme ondergrond; boven een graad of 25 krijg je kans op blaasvorming.
Het technisch merkblad van je verf gaat altijd voor. Dit zijn vuistregels.
Het gaat om de ondergrond, niet om de lucht
De weersverwachting geeft de luchttemperatuur op twee meter hoogte. Een kozijn of gevel is vaak kouder: 's ochtends vroeg, in de schaduw en aan de noordkant zit de ondergrond al snel een paar graden onder de lucht. Juist die ondergrond moet warm genoeg zijn, want daar moet de verf hechten en drogen.
Meet bij twijfel met een oppervlaktethermometer. Zonder meting is het verstandig om een marge van een paar graden aan te houden op wat de verwachting zegt.
Waarom het dauwpunt telt
Het dauwpunt is de temperatuur waarbij waterdamp uit de lucht condenseert. Zit de ondergrond op of vlak boven het dauwpunt, dan ligt er een dun laagje vocht op, vaak zonder dat je het ziet. Verf op een vochtige ondergrond hecht slecht en kan later gaan bladderen.
Daarom de regel: de ondergrond moet minstens 3 °C boven het dauwpunt liggen. Die marge komt uit de normen voor het voorbereiden van ondergronden (ISO 8502-4) en wordt in de schilderspraktijk breed aangehouden.
| Lucht | Luchtvochtigheid | Dauwpunt | Ondergrond minimaal |
|---|---|---|---|
| 10 °C | 85% | ± 7,6 °C | ± 10,6 °C: warmer dan de lucht, dus vrijwel niet haalbaar |
| 15 °C | 70% | ± 9,6 °C | ± 12,6 °C: haalbaar zodra de zon erop heeft gestaan |
| 20 °C | 60% | ± 12,0 °C | ± 15,0 °C: ruim haalbaar |
Het voorbeeld van de eerste rij laat zien waarom een koele, vochtige ochtend geen schilderweer is, ook als het droog is: de ondergrond zou warmer moeten zijn dan de lucht om de marge te halen.
Luchtvochtigheid
Bij een hoge luchtvochtigheid droogt verf langzamer, en watergedragen verf het sterkst: het water kan niet weg. Boven de 80 tot 85 procent wordt het risico op een slechte filmvorming groot. Vochtigheid hangt samen met het dauwpunt; is de lucht vochtig, dan ligt het dauwpunt dicht bij de luchttemperatuur.
Regen na het schilderen
Verf moet een tijd droog kunnen staan voordat er regen of dauw op komt. Hoe lang, verschilt per product. Als vuistregel:
| Verfsoort | Minimaal | Max. luchtvochtigheid | Daarna droog |
|---|---|---|---|
| Watergedragen buitenlak | 8 °C | 85% | 4 uur |
| Alkyd buitenlak | 5 °C | 80% | 6 uur |
| Gevelverf, muurverf | 5 °C | 85% | 8 uur |
| Transparante beits | 8 °C | 80% | 12 uur |
Let ook op de avond: zodra de temperatuur zakt, komt de dauw. Verf die je om vier uur 's middags op een koude dag aanbrengt, heeft vaak niet genoeg tijd meer.
Te warm kan ook
In de volle zon kan een donkere ondergrond veel warmer worden dan de lucht. De verf droogt dan te snel aan de buitenkant, en oplosmiddel of water dat eronder zit, zoekt een weg naar buiten: blaasvorming. Werk in de zomer met de zon mee, zodat je steeds in de schaduw schildert, en vermijd de heetste uren op donkere kleuren.
Zo plan je de dag
- Begin niet te vroeg: laat de zon de ochtenddauw eerst wegwerken.
- Stop op tijd, zodat de verf droog is voordat de avonddauw valt.
- Kies de volgorde van de gevels op de zon: in de herfst eerst de kant die het eerst warm wordt.
- Houd een binnenklus achter de hand voor de dagen dat het niet gaat.